Foto van Marten Visser

Marten Visser

FISCALIST, AUTEUR &

BEDRIJFSADVISEUR

Box 3. Zien we door de bomen het bos nog?

De box 3-heffing blijft onderwerp van discussie. De regels voor 2025, 2026 en 2027 verschillen aanzienlijk van het nieuwe stelsel dat in 2028 moet ingaan. Tot die tijd geldt nog het huidige forfaitaire systeem, maar daarna wordt (naar verwachting) overgestapt op belastingheffing over het werkelijk rendement. Hieronder lees je in heldere taal wat dit betekent.

Box 3-regels in 2025, 2026 en 2027

In deze jaren geldt nog de huidige regeling uit de Wet inkomstenbelasting 2001. De belasting over het vermogen wordt berekend op basis van een forfaitair rendement, vastgesteld per 1 januari. Het vermogen wordt hierbij verdeeld in drie categorieën:

  • A – Banktegoeden
  • B – Overige bezittingen (zoals beleggingen of vastgoed)
  • C – Schulden

Voor 2025 gelden de volgende forfaitaire rendementspercentages:

  • A: 1,44%
  • B: 5,88%
  • C: 2,62%

Na samenvoeging van deze onderdelen wordt het gemiddelde rendement berekend over het vermogen minus het heffingsvrij vermogen van € 57.684 (of € 115.368 voor fiscale partners). Over dit berekende voordeel uit sparen en beleggen betaal je vervolgens 36% belasting.

Werkelijk rendement in deze overgangsjaren

Belastingplichtigen kunnen kiezen om in plaats van het forfaitaire rendement het werkelijke rendement aan te geven. Dit is het daadwerkelijk behaalde resultaat op alle bezittingen en schulden (A, B en C).

Hierbij geldt:

  • Rente, dividenden en huur tellen mee.
  • Ook waardestijgingen van niet-verkochte bezittingen (zoals aandelen of vastgoed) horen erbij.
  • Kosten mogen niet worden afgetrokken.
  • Er geldt geen heffingvrij vermogen en geen aftrekposten.

Keuze per jaar

Voor 2025, 2026 en 2027 kun je in je aangifte inkomstenbelasting kiezen tussen:

  • het forfaitaire rendement, of
  • het werkelijk rendement.

De keuze geldt per belastingjaar en wordt gemaakt bij het indienen van de aangifte.

Wetsvoorstel box 3 per 2028

Vanaf 1 januari 2028 moet een nieuw stelsel gaan gelden met een heffing over het werkelijk rendement. Daaronder valt alles wat een belastingplichtige ontvangt uit de categorieën A, B en C, inclusief waardestijgingen (vermogensaanwas).

Belangrijke punten:

  • Alle kosten die direct op het inkomen betrekking hebben, mogen wel worden afgetrokken.
  • Voor vastgoed geldt een uitzondering: de vermogensaanwas wordt pas belast bij verkoop.
  • Er komt een algemene aftrek van ongeveer € 1.250 op het inkomen.

Huidige stand van zaken wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer, die dit naar verwachting in december 2026 bespreekt.

Door zorgen over de heffing op vermogensaanwas heeft de staatssecretaris op 6 maart 2026 aangekondigd dat het wetsvoorstel zal worden aangepast. Vanaf 2029 wordt het dan mogelijk om een verlies in vermogensaanwas te verrekenen met een positief inkomen uit het voorgaande jaar.

De huidige wet blijft ongewijzigd en treedt op 1 januari 2028 in werking, tenzij de Eerste Kamer het voorstel alsnog verwerpt.

De informatie in de artikelen heeft een signalerend karakter, is niet bedoeld als advies en de ontvanger/gebruiker kan hieraan geen rechten ontlenen. Tekst: Ondanks de zorgvuldige samenstelling van de inhoud van deze artikelen kan Nettax BV geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, direct dan wel indirect, ten gevolge van eventuele fouten, vergissingen of onvolledigheden van de aangeboden informatie. De artikelen kunnen verwijzen naar andere websites en andere bronnen.

Deel dit artikel