Foto van Marten Visser

Marten Visser

FISCALIST, AUTEUR &

BEDRIJFSADVISEUR

Vrijstellingen in Box3

Bij het naderen van het einde van het jaar is het verstandig om de vermogenspositie te herzien en te beoordelen in hoeverre bezittingen en schulden in box 3 worden belast. Voor het belastingjaar 2025 heeft dit geen direct effect meer, omdat bij de heffing van box 3 wordt uitgegaan van het vermogen op 1 januari 2025.
Alleen als kan worden aangetoond het werkelijke rendement in 2025 afwijkt van het wettelijke forfaitaire rendement, kan dit nog effect hebben. Wel kan het zinvol zijn om nu alvast maatregelen te nemen die voordelig zijn voor de peildatum van 1 januari 2026, zodat deze effect hebben bij de belastingheffing over 2026.

Heffingvrij vermogen

In box 3 geldt een heffingsvrij vermogen, waarover geen vermogensrendementsheffing wordt berekend.
Voor 2025 bedraagt dit:
– € 57.684 per persoon (2023 en 2024: €57.000).
– €115.368 voor fiscale partners (2023 en 2024: €114.000)

In het Belastingplan 2026 wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen per 1 januari 2026 te verlagen naar € 51.396 (voor fiscale partners: € 102.792).

Overzicht van vrijstellingen in box 3

• Kapitaalverzekeringen die zijn afgesloten vóór 2001: vrijstelling tot € 123.428.
• Bos- en natuurterreinen en landgoederen. Natuurterreinen omvatten onder andere heidevelden, hoogveenterreinen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en
ruiglanden en laagveenmoerassen, mits deze niet als landbouwgrond worden gebruikt. Onroerende zaken die onderdeel zijn van een Natuurschoonwet-landgoed zijn vrijgesteld, met uitzondering van
gebouwde eigendommen op het landgoed.
• Krachtens erfrecht verkregen rechten op roerende zaken die voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt.
• Rechten uit een overlijdensverzekering, in 2025 maximaal vrijgesteld tot € 8.769 (2024: € 8.641).
• Rechten op kapitaalsuitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval.
• Groene beleggingen: in 2025 vrijgesteld tot € 26.312 (2024: € 71.251). Volgens het Belastingplan 2025 vervallen de fiscale faciliteiten voor groen beleggen op 1 januari 2027. In het
belastingplan 2026 wordt echter voorgesteld dit pas per 1 januari 2028 te laten ingaan. Hierdoor blijven in 2027 de box 3-vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen officieel
bestaan. Voor 2027 wordt de vrijstelling verlaagd tot € 200 (partners € 400), de heffingskorting bedraagt 0,1% van dit bedrag. Vanaf 2028 vervallen deze faciliteiten en bijbehorende regels
volledig.
• Lopende rente-, huur- en pachttermijnen die betrekking hebben op een tijdvak van een jaar of korter.
• Contant geld, geld op chipkaarten en cadeaubonnen is in 2025 vrijgesteld tot € 661 (2024: € 653) per partner.
• Aanspraken rondom schadeherstel (in natura) als gevolg van aardbevingsschade zijn vanaf 2025 vrijgesteld.
• Netto lijfrenten zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld. Bij een box 1-inkomen boven € 137.800 (2025) bruto per jaar is pensioen- en lijfrenteopbouw niet meer mogelijk.
• Roerende zaken, voorwerpen kunst en wetenschap zijn onder voorwaarden vrijgesteld. Belastingplichtig zijn roerende zaken die niet voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of hoofdzakelijk
als belegging dienen. Vrijgesteld zijn roerende zaken in eigen gebruik, tenzij men ze vooral als belegging aanhoudt (denk aan auto’s, caravans en boten). Oldtimerverzamelingen kunnen
twijfelgevallen zijn. Voorwerpen van kunst en wetenschap zijn vrijgesteld zolang ze ze niet ter belegging worden aangehouden.
zijn. Voorwerpen van kunst en wetenschap zijn vrijgesteld zolang ze niet ter belegging worden aangehouden.

Defiscalisering van vorderingen en schulden

Bepaalde vorderingen en schulden blijven buiten beschouwing bij de box 3-heffing. Het gaat onder andere om:
– Vorderingen en schulden die voortkomen uit heffingen door rijk, gemeenten of waterschappen. Dat geldt ook voor verschuldigde belastingrente, invorderingsrente en revisierente op de peildatum.
– Erfbelastingschulden zijn aftrekbaar; schenkbelastingschulden niet.
– Volgens de Kennisgroep IB niet-winst geldt een navorderingsaanslag erfbelasting als box 3-schuld vanaf de eerste peildatum na het overlijden van de erflater, ook als de aanslag nog niet is
opgelegd. Als de navorderingstermijn is verlopen, bestaat er geen materiële belastingschuld meer.
– Vorderingen en schulden tussen fiscale partners (zoals verrekenbedingen tussen echtgenoten) zijn gedefiscaliseerd.
– Dit geldt ook voor vorderingen van een minderjarig kind op de ouder: deze worden niet als box 3-bezittingen aangemerkt zolang de corresponderende schuld van de ouder ook in box 3 zou vallen. De
rendementsgrondslag van het kind wordt dan aan de ouder toegerekend (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023).
– Voor transacties tussen ouders en meerderjarige kinderen geldt deze toerekening niet, bijvoorbeeld bij een schenking onder schulderkenning.
– Ook vruchtgebruik- en blote-eigendomsituaties die voortvloeien uit erfrecht zijn buiten beschouwing gelaten (gedefiscaliseerd).

De regels binnen box 3 veranderen regelmatig. Door tijdig te beoordelen welke vrijstellingen van toepassing zijn, kunt u uw belastingdruk beperken en verrassingen bij de aangifte voorkomen. Heeft u hier hulp bij nodig? Neem gerust contact met ons op. Wij staan klaar om u te helpen en begeleiden u graag bij het proces.

De informatie in de artikelen heeft een signalerend karakter, is niet bedoeld als advies en de ontvanger/gebruiker kan hieraan geen rechten ontlenen. Tekst: Ondanks de zorgvuldige samenstelling van de inhoud van deze artikelen kan Nettax BV geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, direct dan wel indirect, ten gevolge van eventuele fouten, vergissingen of onvolledigheden van de aangeboden informatie. De artikelen kunnen verwijzen naar andere websites en andere bronnen.

Deel dit artikel